Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7516.
3.7. Indien een gemeente, zoals in het onderhavige geval, naast elkaar de eigenaar en de gebruiker belast, ligt het in de rede dat, aangezien de mate van het genot voor de eigenaar ten opzichte van dat voor de gebruiker moeilijk is te kwantificeren, de gemeente een zekere vrijheid heeft bij de beantwoording van de vraag welk deel van de rioleringskosten zij wil dekken door middel van de eigenaarsheffing en welk deel door middel van de gebruikersheffing. Een strikt onderscheid in die zin dat alleen investeringskosten mogen worden gedekt door de eigenaarsheffing en alleen exploitatiekosten door de gebruikersheffing, is daarbij niet geboden (vgl. HR 31 maart 1999, nr. 33 427, BNB 1999/221). Het vijfde middel, dat kennelijk van een andere opvatting uitgaat, faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e, en de alinea staat in dat document op bytes 57155 tot 57947.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e | shasum -a 256