Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7516.

3.2. In (met name § 15 tot en met § 24 van) de bijlage ben ik - zoals gezegd -uitgebreid ingegaan op de mogelijkheid voor gemeenten om stelsels te hanteren zoals het stelsel dat de gemeente Eindhoven heeft gehanteerd. Ik kan het daarom nu kort houden: uit hetgeen ik daar heb betoogd, volgt dat ik meen dat de regels die voor de heffing van rioolrecht gelden een dergelijk stelsel toestaan. De in cassatie bestreden oordelen van het Hof geven derhalve niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De oordelen zijn, naar het mij voorkomt, bovendien naar behoren gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Daarop stuiten de eerste drie middelen af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c92e8d8e78f7ccf76109b8d0b99f64bb3196e33b247487d87a979ec2bac1bd2e, en de alinea staat in dat document op bytes 12076 tot 12730.