Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7523.

Welke kosten verband houden met de aanwezigheid van een aansluiting op de gemeentelijke riolering - zoals de Hoge Raad het in het arrest-Bussum ( BNB 1994/84 en Belastingblad 1994, blz. 270) uitdrukt - laat hij toen en nu volstrekt in het midden. Kunnen in lasten als die van afschrijving, onderhoud en energie voor gemalen een vaste en een variabele component worden onderscheiden? De gebruikswaarde van gebouwen kan door een rioolaansluiting alleen worden verhoogd - daarin bestaat het genot van de eigenaar in de opvatting van de Hoge Raad - doordat water en vuil kan worden afgevoerd en dit in steeds wisselende hoeveelheden. In het bevestigende geval moeten ook gevormde voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van de desbetreffende activa (zie het huidige art. 229b, tweede lid, Gemeentewet) worden gescheiden naar gelang die vervanging noodzakelijk wordt door eigenaarsgenot dan wel de hoeveelheid (en soort, Vergelijk Hoge Raad FED 1992/740) geloosde stoffen. Daarmee blijft de gemeenten weinig over van de door de wetgever beleden keuzevrijheid om de ene of de andere categorie of beide te betrekken in een rioolrecht. Wil de gemeente kostendekkende riooltarieven, dan moet zij aansluit- èn afvoerrecht heffen tot de voor elk van beide geldende opbrengstlimiet, te weten de vaste respectievelijk de variabele kosten, hoe deze dan ook van elkaar onderscheiden moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc82932e82eee7a48e13123b23fb65aacd686b7e7771ab98ed0af391aac56a8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc82932e82eee7a48e13123b23fb65aacd686b7e7771ab98ed0af391aac56a8d, en de alinea staat in dat document op bytes 43253 tot 44653.