Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7812.

2.12 In het Nederlandse Standaardverdrag (hierna: NSV)(16) wordt in art. 13, lid 5, een dergelijke speciale voorziening getroffen: een uitzondering op de toewijzingsregel van art. 13, lid 4, van het OESO-Modelverdrag. Indien bij de toepassing van de verdragsbepalingen over vervreemdingswinst als hoofdregel compartimentering zou moeten plaatsvinden (ook buiten de winstsfeer), dan zou art. 13, lid 5, NSV slechts betekenis hebben voor de waardeaangroei na emigratie, maar daarvan moet de emigratiestaat nu juist afblijven bij compartimentering. Bovendien zouden, indien compartimentering hoofdregel zou zijn, emigratieheffingen (zoals de heffing over de winst bij een fictieve vervreemding in de zin van art. 4.16, lid 1, onderdeel h, Wet IB 2001) overbodig zijn voor de handhaving van de Nederlandse fiscale claim op vermogenswinst op aandelen (afgezien van eventuele informatie- en invorderingsproblemen). Ik merk op dat in de door Duitsland met Finland, Nieuw-Zeeland, Italië en Zwitserland gesloten belastingverdragen is overeengekomen dat - kort gezegd - het land van immigratie een step-up moet verlenen ter hoogte van de belastinggrondslag over de waardeaangroei van alle of bepaalde vermogensbestanddelen in het land van emigratie.(17) Ik leid daaruit af dat de betrokken Staten ervan uitgaan dat zonder een dergelijke bepaling geen step-up wordt verleend, dus geen compartimentering plaatsvindt.(18)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350, en de alinea staat in dat document op bytes 63134 tot 64557.