Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7812.

6.4 Een ontslagvergoeding moet voor het niet-loondervingsdeel (smart; zwijgen; kosten) als regel toegewezen worden aan de woonstaat en voor het loondervingsdeel aan de Staat waar de dienstbetrekking zonder het ontslag naar de voorstelling van de partijen voor onbepaalde tijd voortgezet zou zijn (de virtuele werkstaat). Valt dat laatste niet vast te stellen, dan moet aan de woonstaat toegewezen worden. Valt wél een virtuele Verdragswerkstaat vast te stellen, dan komen vervolgens de 183-dagenregel en de "plaats-van-aftrekcriteria" van art. 15, lid 2, aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350, en de alinea staat in dat document op bytes 107986 tot 108567.