Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7812.

2.3 Het Hof heeft vervolgens geoordeeld (5.4.1) dat de ontslagvergoeding niet kan worden aangemerkt als een rechtstreekse beloning voor bepaalde, al dan niet in België of Luxemburg verrichte arbeid, maar haar oorzaak vindt in het ontslag uit een Nederlandse dienstbetrekking en de daaruit voortvloeiende schade. Het Hof leidt uit de 'Termination Agreement' en de beschikking van de kantonrechter te Amsterdam af dat de ontslagvergoeding op het gemis aan inkomsten en pensioenrechten ziet, ook al is de hoogte van de ontslagvergoeding mede afhankelijk van het aantal verstreken dienstjaren. Nu de ontslagvergoeding - anders dan reguliere salarisbetalingen - niet in rechtstreeks verband staat met verrichte arbeid en daar niet aan toegerekend kan worden, kan volgens het Hof niet worden gezegd dat art. 15 of 16 van het Verdrag van toepassing is, te meer niet nu de ontslagvergoeding door A Nederland is doorbelast aan de Duitse moedermaatschappij en niet aan A België. De belanghebbende mocht er volgens het Hof niet op vertrouwen dat de ontslagvergoeding op gelijke wijze als de reguliere inkomsten in voorgaande jaren zou worden belast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350, en de alinea staat in dat document op bytes 18764 tot 19917.