Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7812.

4.19 Voor het geval u meent dat voor de toewijzing van de ontslagvergoeding beslissend is waar de dienstbetrekking in het verleden werd uitgeoefend, merk ik subsidiair op dat, zoals betoogd in onderdelen 4.5 van de bijlage, die opvatting tot toerekeningsproblemen leidt indien - zoals in casu - de dienstbetrekking in verschillende landen werd uitgeoefend. Mijns inziens leidt een toerekening aan de (plaats van de) meest recente werkzaamheden tot willekeurige resultaten. Ik zou daarom in deze benadering de vergoeding willen toerekenen aan de jaren die in aanmerking zijn genomen bij de berekening van de hoogte van de vergoeding. Voor zover de vergoeding aldus deels (en wellicht gewogen; dus ook rekening houdende met het relatieve salarisniveau in die jaren) wordt toegerekend aan jaren waarin de belanghebbende (mede) in België werkte, moet, anders dan middel IV betoogt, wel degelijk art. 15, lid 2, van het Verdrag nog worden toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3751aebf23f5d0bcb66c587ab4add65b18ab1fa9483007d819ffeb3d93c0350, en de alinea staat in dat document op bytes 35238 tot 36197.