Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7816.

2.9 Het in 2.6 geciteerde arrest leidt dus niet tot de conclusie dat vermogenswinsten voor de verdragstoewijzing(13) gecompartimenteerd moeten worden indien - bijvoorbeeld - de belastingplichtige emigreert gedurende de aangroeiperiode. Ware dat wél zo, dan zouden bepalingen als art. 13, lid 5, van het Nederlandse Standaardverdrag (fiscale achtervolging van emigrerende aanmerkelijk-belanghouders) overbodig zijn. Zie nader 2.12 hieronder. Het arrest voert mijns inziens dus niet tot de conclusie dat bij de toepassing van de OESO-Modelverdragscriteria voor toewijzing van vervreemdingswinsten gekeken moet worden naar de omstandigheden gedurende de (gehele) periode waarin de vermogenswinst aangroeit in plaats van naar het realiseringsmoment.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fb2fc4e8d815b98ecd7d28fc5d159188dae098b8da7a9900b509dcb2ad36e68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fb2fc4e8d815b98ecd7d28fc5d159188dae098b8da7a9900b509dcb2ad36e68, en de alinea staat in dat document op bytes 39713 tot 40473.