Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004
Alinea 187 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7816.
3.17 Ik zie geen reden om loon dat niet toerekenbaar is aan werkzaamheden in de werkstaat (zoals bijvoorbeeld smartengeld of afkoopsommen, of loon verdiend met werkzaamheden in een derde Staat) en dat pas ná emigratie wordt ontvangen, anders te behandelen dan op het emigratietijdstip reeds aangegroeide vermogenswinsten die ná emigratie worden gerealiseerd. In art. 15, lid 1, OESO-Modelverdrag (en in de corresponderende bepalingen in de Verdragen met België en het VK) wordt het heffingsrecht voor niet aan werkzaamheden in de werkstaat toerekenbare beloningen toegewezen aan de woonstaat van de genieter. Steeds wordt dus op het genietingsmoment het inwonerschap beoordeeld.(28) Als de band met de jurisdictie van uitvoering van bepaalde werkzaamheden niet sterk genoeg is, valt de beloning toe aan de woonstaat, ook als de belanghebbende met het oog op die toewijzing zijn woonplaats verlegd heeft. Eventueel misbruik moet mijns inziens ook bij looninkomsten, net als bij vermogenswinsten, bestreden worden op de wijze zoals gesuggereerd in paragraaf 10 van het officiële OESO-Commentaar op art. 1 (zie 2.11 hierboven).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fb2fc4e8d815b98ecd7d28fc5d159188dae098b8da7a9900b509dcb2ad36e68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fb2fc4e8d815b98ecd7d28fc5d159188dae098b8da7a9900b509dcb2ad36e68, en de alinea staat in dat document op bytes 67490 tot 68631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2fb2fc4e8d815b98ecd7d28fc5d159188dae098b8da7a9900b509dcb2ad36e68 | shasum -a 256