Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 208 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7816.

's Hofs oordeel was, zoals ook uit r.o. 3.4 blijkt, een gemengd oordeel. De rechtsopvatting die eruit blijkt, is volgens u niet onjuist. Die rechtsopvatting is mijns inziens de volgende: indien een werknemer in het kader van zijn dienstbetrekking werkzaamheden verricht als bestuurder(36) voor een dochtervennootschap van zijn werkgever, dan kan het aan die werkzaamheden toegerekende deel van zijn salaris slechts worden aangemerkt als een beloning welke aan hem als bestuurder door of namens die dochtervennootschap voor die werkzaamheden is betaald, indien er een voldoende direct verband bestaat tussen enerzijds de werkzaamheden als bestuurder en het daaraan toerekenbare deel van zijn salaris en anderzijds de door de dochtervennootschap aan de werkgever daarvoor betaalde vergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fb2fc4e8d815b98ecd7d28fc5d159188dae098b8da7a9900b509dcb2ad36e68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fb2fc4e8d815b98ecd7d28fc5d159188dae098b8da7a9900b509dcb2ad36e68, en de alinea staat in dat document op bytes 83039 tot 83843.