Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF7863.

4.8 Naar intern recht maakt het voor des fiscus' heffingsbevoegdheid dus niet uit of het geconstrueerde heffingsobject als (fictieve) afkoop, als (fictieve) uitkering, of als ontstane of herlevende aanspraak moet worden beschouwd en (dus) ook niet welk onderdeel van art. 11c Wet LB van toepassing is: in alle gevallen is het geconstrueerde heffingsobject belast als "loon uit vroegere dienstbetrekking." Beslissend voor de uitkomst van dit geschil is niet de internrechtelijke kwalificatie, maar de Verdragskwalificatie van het inkomensbestanddeel. De vraag waar het in deze procedure om gaat, is de vraag of die Verdragskwalificatie anders wordt door een Verdragsposterieure eenzijdige wettelijke constructie zoals art. 11c Wet LB, met name de vraag of art. 3, lid 2, van het Verdrag (verwijzing naar intern recht voor niet-gedefinieerde Verdragstermen) daartoe voldoende ruimte biedt aan de Verdragsluitende Staten. Ik meen dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord, zoals ik hieronder (5.10) zal betogen. Indien dat antwoord juist is, doet de internrechtelijke kwalificatie niet ter zake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d3b11b2f1c05071742c9da1b0057ed9b76b9b4145ac91749ccf26e87e5dc306. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d3b11b2f1c05071742c9da1b0057ed9b76b9b4145ac91749ccf26e87e5dc306, en de alinea staat in dat document op bytes 28501 tot 29612.