Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF8839.

1.1. In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten, vermeld in rov. 4.1 van het bestreden arrest. Samengevat gaat het om het volgende. In 1991 heeft [A] B.V. (hierna: D en R) een verzekeringsuitkering ontvangen wegens brandschade. D en R heeft dit bedrag gereserveerd voor de aanschaf van vervangende bedrijfsmiddelen; fiscaalrechtelijk beschouwd is sprake van een vervangingsreserve(1). Een vervangingsreserve is fiscaalrechtelijk gebonden aan een termijn. Indien de reservering niet daadwerkelijk heeft geleid tot herinvestering, brengt de wettelijke regeling mee dat het gereserveerde bedrag na het verstrijken van de termijn (in dit geval: na 31 december 1995) vrijvalt en alsnog wordt betrokken in een heffing van vennootschapsbelasting. Op de grond dat geen herinvestering heeft plaatsgevonden uiterlijk 31 december 1995, heeft de inspecteur aan D en R een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1995 opgelegd ten bedrage van f 802.771,-. D en R heeft deze belastingschuld niet voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c, en de alinea staat in dat document op bytes 5692 tot 6708.