Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF8839.
2.13. Art. 32, eerste lid, Iw 1990 houdt in dat de bepalingen van Hoofdstuk VI het bepaalde met betrekking tot de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling onverlet laten, voor zover niet anders is vermeld. Dit voorschrift steunt m.i. meer het standpunt van de Ontvanger dan dat van [eiseres]. In art. 32, par. 1 lid 1, van de Leidraad Invordering, zoals deze luidde tot 1 juli 1998, wordt verwezen naar art. 3, par. 1 van de Leidraad. Aldaar wordt opgemerkt dat de Ontvanger zowel van zijn specifieke fiscale bevoegdheden als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden gebruik kan maken en dat er geen algemene regel is die bepaalt welke bevoegdheden voorgaan. In beginsel is de Ontvanger derhalve vrij in zijn keuze van invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Bij deze keuze dienen de belangen van de Staat zorgvuldig te worden afgewogen tegen die van de belastingschuldige en eventuele derden. Het resultaat van deze belangenafweging moet volgens de Leidraad de toets van behoorlijk bestuur kunnen doorstaan en bepaalt daarmee in belangrijke mate de grenzen van de keuzevrijheid van de Ontvanger. In de gevallen waarin de Ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van gebruikmaking van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, geschiedt dit alleen indien het belang van de invordering bij een dergelijke wijziging opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden. Deze bepaling noopte het hof niet tot een ander oordeel. Mogelijk heeft het middelonderdeel het oog op de vanaf 1 juli 1998 gewijzigde tekst aan het slot: "Bij de belangenafweging welke ingevolge dat lid [lees: art. 3 par. 1, tweede lid] aan aansprakelijkheidstelling voorafgaat, wordt in beginsel doorslaggevend gewicht toegekend aan die aansprakelijkheidsbepaling waarbij de aansprakelijke in de gelegenheid is zich te disculperen."(17) Dit voorschrift houdt niet in dat de Ontvanger zich zou moeten beperken tot de wettelijke bepaling waarvoor de kortste dagvaardingstermijn geldt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c, en de alinea staat in dat document op bytes 28216 tot 30329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c | shasum -a 256