Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF8839.

2.20. Zoals in het inleidende gedeelte van onderdeel II wordt uiteengezet, heeft [eiseres] in hoger beroep aangevoerd dat de onderhavige navorderingsaanslag Vpb 1995 niet geldig is of niet op de juiste wijze is uitgereikt (zie MvG alinea 16 en alinea 1.8 hierboven), respectievelijk dat deze aanslag niet had mogen worden opgelegd. Dit laatste was gebaseerd op het boekjaar waarin de vervangingsreserve is vrijgevallen en de stelling dat de belastingdienst de vennootschapsbelasting zou hebben kunnen incasseren indien de inspecteur tijdig de juiste vennootschap had belast (MvG alinea 17-19). De argumenten van alinea 16 MvG zijn door het hof verworpen. Aangezien het cassatiemiddel niet is gericht tegen rov. 4.5.2 - 4.5.4, kunnen zij verder onbesproken blijven(31).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c, en de alinea staat in dat document op bytes 39697 tot 40479.