Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF8839.

2.36. Uit rov. 4.5.5-6 wordt wel duidelijk dát het hof het standpunt van [eiseres] verwerpt, maar niet waarom. In rov. 4.5.5 geeft het hof de regel weer, die inhoudt dat het gereserveerde bedrag vrijvalt wanneer de wettelijke maximumtermijn voor een vervangingsreserve is verstreken, in dit geval: op 31 december 1995. Dat was echter niet het punt van discussie. Wat in alinea 18 MvG aan de orde werd gesteld was: dat de gestelde schade (een onbetaald gebleven Vpb-aanslag over het boekjaar 1995) er niet had behoeven te zijn wanneer de inspecteur (in de zienswijze van [eiseres]) zijn werk goed had gedaan en, bij wijze van schadebeperkende maatregel, uiterlijk over het boekjaar 1994 een navorderingsaanslag Vpb aan de fiscale eenheid zou hebben opgelegd(48). Om deze reden slaagt m.i. de motiveringsklacht van subonderdeel II.2. In haar voetspoor slaagt ook de motiveringsklacht van subonderdeel II.3, die betrekking heeft op rov. 4.5.6. De zaak zal moeten worden verwezen omdat de beoordeling van het beroep op art. 6:101 BW een onderzoek van de feiten vergt, i.h.b. naar het bestaan van een voornemen tot herinvestering en naar hetgeen de voorwaarden voor de onderhavige fiscale eenheid bepalen(49).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7a5c1171a6ead7c71634bc129ba7880c735ed5773109bf289f955b271caf27c, en de alinea staat in dat document op bytes 55928 tot 57146.