Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2004

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AF9656.

12) Ik besef dat in het voorgaande hoge motiveringseisen worden gesteld. Maar té hoog zijn zij naar mijn oordeel niet. Mede in het licht van HR 29 nov. 2002, NJ 2003, 243 en de per 1 januari 2003 in werking getreden artt. 7:176 en 7:186 lid 1 BW(1) beklemtoon ik opnieuw (zie de conclusie onder 9 in de zojuist genoemde zaak) dat zo er in een situatie als de onderhavige - een bejaarde persoon, wiens gezondheid duidelijk aftakelt, verricht een rechtshandeling die evident zeer nadelig is voor hem en evident zeer voordelig voor een persoon (een vriend of een familielid) die in hun onderlinge relatie een positie van vertrouwen en overwicht bekleedt - al geen reden is voor omkering van de bewijslast ten aanzien van de vraag of van misbruik van omstandigheden sprake is, in elk geval hoge motiveringseisen moeten worden gesteld aan een beslissing waarbij wordt vastgesteld dat daarvan geen sprake is. Het bestreden arrest voldoet naar mijn mening niet aan die eisen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4651702b811dffb04e74a6d005ab44bb189fe24175776f40a52c4c1eb2d7dcd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4651702b811dffb04e74a6d005ab44bb189fe24175776f40a52c4c1eb2d7dcd0, en de alinea staat in dat document op bytes 20002 tot 20984.