Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0670.
2.13 Het voorgaande is slechts anders indien de rechtspersoon en de vereffenaar met het bestaan van een (materiële belasting-)schuld redelijkerwijs geen rekening behoefden te houden. Indien zulks het geval is, eindigt de vereffening op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn en houdt de rechtspersoon op dat moment op te bestaan (zie het voorgaande). De rechtspersoon en vereffenaar zullen bijvoorbeeld doorgaans geen rekening behoeven te houden met eventuele verbintenissen uit onrechtmatige daad, tenzij de rechtsvordering uit onrechtmatige daad reeds is ingesteld op een tijdstip waarop de vereffenaar met het bestaan daarvan nog rekening diende te houden.(22) Naar mijn mening dient voor de vaststelling van dit uiterste moment aansluiting te worden gezocht bij de nederleggingsregeling van de rekening en verantwoording en het plan van verdeling van art. 2:23b BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3b887ed81b1664ee270d52e3772bcfaf5110f88f6ff081dbe7dd6fafdf052fee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3b887ed81b1664ee270d52e3772bcfaf5110f88f6ff081dbe7dd6fafdf052fee, en de alinea staat in dat document op bytes 35199 tot 36121.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3b887ed81b1664ee270d52e3772bcfaf5110f88f6ff081dbe7dd6fafdf052fee | shasum -a 256