Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004
Alinea 152 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0676.
4.4. Ik zou het onderhavige geval veeleer op één lijn willen stellen met dat in het arrest van 10 januari 1968, BNB 1968/81 (zie punt 3.3.1.4.). De Hoge Raad oordeelde de enkele participatie in een beleggingsfonds op de daarbij toepasselijke voorwaarden, voldoende om te kunnen spreken van een burgerlijke maatschap. Volgens de Hoge Raad is niet vereist dat de participanten zich rechtstreeks tot elkaar richten; voldoende is dat de participanten afzonderlijk hun wil tot deelneming in het gezamenlijk kapitaal onder de gestelde voorwaarden kenbaar maken door het nemen van een participatie op de wijze als voor het fonds in de notariële akte is voorzien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676, en de alinea staat in dat document op bytes 48074 tot 48746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676 | shasum -a 256