Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0676.

1.9. Het Hof heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Het acht de inbrengvrijstelling niet toepasselijk omdat de c.v. niet kan worden aangemerkt als een vennootschap in de zin van de vrijstellingsbepaling van art. 15, lid 1, aanhef en onderdeel e, Wet BRV. Het Hof heeft aan dit oordeel ten grondslag gelegd zijn zienswijze dat de onderhavige overeenkomst er niet toe strekte partijen bij die overeenkomst in actieve samenwerking in het economische verkeer door middel van hun inbreng voordeel te doen behalen. Het Hof ontleent dit criterium aan het arrest van de HR van 8 juli 1985, BNB 1985/239. Voor een bespreking van dit arrest verwijs ik naar punt 3.3.2.3.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676, en de alinea staat in dat document op bytes 14359 tot 15050.