Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0676.
Aan deze vrijstelling ligt de gedachte ten grondslag dat heffing plaats vindt bij scheiding en deling ingeval van toedeling aan een ander dan de inbrenger (art. 15, lid 1, letter f, Wet BRV). Dit systeem is ingevoerd bij de Wet van 11 juli 1882, Stb. 92. Als motief voor de vrijstelling werd in de memorie van toelichting aangevoerd het niet te veel bemoeilijken van de oprichting van vennootschappen en de heffing van overdrachtsbelasting geen belemmerende factor voor het wijzigen van rechtsvorm te laten zijn.(2) Daarbij werd in aanmerking genomen dat de personenvennootschappen niet de bestemming hebben om voor lange tijd te werken en de overdracht derhalve niet een blijvend karakter heeft, met als gevolg dat de onroerende zaken na verloop van tijd weer terugkeren naar de inbrengers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676, en de alinea staat in dat document op bytes 20975 tot 21779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3831ce1c61847e0856832a3d750d66695d171ce45a68589e86cc6df412b9676 | shasum -a 256