Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004
Alinea 376 Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0724.
14.4. Wat betreft de aanvraagtermijn bestonden er opvallende verschillen tussen art. 8n, lid 1, Urbm, punt 2.4.7 van Mededeling 10 en de RE 2000 en 2001. In de Urbm werd met name aangeknoopt bij de aanschaf van de voorziening; dat is immers het moment waaraan de termijn van dertien weken in elk geval was gekoppeld, zelfs als de voorziening nog niet was aangebracht. In punt 2.4.7 van Mededeling 10 werd daarentegen alleen gerept over een termijn van drie maanden die aanknoopt bij de datum waarop de voorziening was aangebracht. Art. 11, lid 1, RE 2000 en 2001 lijkt daarentegen weer een cumulatieve eis te stellen: de kosten van de voorziening moesten zijn betaald en de voorziening moest zijn aangebracht en in gebruik genomen. Deze manier van regelgeven is erg verwarrend, nu het daardoor voor de energiepremiegerechtigden minst genomen onduidelijk was binnen welke termijn energiepremie moest worden aangevraagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/079bbf77337e9e2c2108f87f480b71261892f19df0f45653885617ddc2a682c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 079bbf77337e9e2c2108f87f480b71261892f19df0f45653885617ddc2a682c1, en de alinea staat in dat document op bytes 82638 tot 83569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/079bbf77337e9e2c2108f87f480b71261892f19df0f45653885617ddc2a682c1 | shasum -a 256