Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0726.

4.3. Daarmee komt de grond te ontvallen aan het oordeel van het Hof (in rov. 4.5) dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt "dat hij zijn aanvraag bij het energiebedrijf heeft ingediend binnen dertien weken na aanschaf van de voorzieningen". Aan dat oordeel ligt namelijk kennelijk ten grondslag de onjuiste opvatting dat in art. 11, lid 1, RE (2001) geen afwijkende (want ruimere) bepaling van het begin van de aanvraagtermijn is opgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbd568a1b0695fa1c9f4b1a71faad2c039ce86db03729eefa543a539c5378759. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbd568a1b0695fa1c9f4b1a71faad2c039ce86db03729eefa543a539c5378759, en de alinea staat in dat document op bytes 12710 tot 13172.