Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.
5.8 De verrichtingen van de belanghebbende en haar moeder vallen dus onder de vrijheid van kapitaalverkeer. Dan moet de vraag worden beantwoord of die vrijheid is beperkt. Daartoe moet onderzocht worden welke beperkingen op kunstmatige winstverplaatsing door schuldcreatie de nationale rechterlijke toepassing van fraus legis meebrengt. In HR 10 augustus 2001, BNB 2001/399, met conclusie Van Kalmthout en noot Aardema, overwoog u dat het een vennootschap in beginsel vrijstaat - kort gezegd - eigen vermogen om te zetten in vreemd vermogen, behoudens wetsontduiking. Voor de vaststelling van wetsontduiking is nodig de vaststelling van (i) volstrekt overwegende belastingverijdelingsbedoelingen en (ii) strijd met doel en strekking van de wet. U overwoog ter zake van het tweede vereiste in het genoemde arrest als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 30152 tot 30987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d | shasum -a 256