Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.

"-3.7. Wat betreft de vraag of door dit samenstel van rechtshandelingen (dividenddeclaratie gevolgd door achtergestelde teruglening; PJW) in strijd is gekomen met doel en strekking van de wet heeft het volgende te gelden. Indien een vennootschap aan haar moedervennootschap een dividenduitkering doet en dit dividend schuldig blijft, zal, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, ervan moeten worden uitgegaan dat deze omzetting in vreemd vermogen niet heeft plaatsgevonden ten behoeve van de door de dochtervennootschap uitgeoefende onderneming en mitsdien geen zakelijk doel diende. De door omzetting gecreëerde schuld levert daardoor geen bijdrage aan de financiering van de onderneming van de dochtervennootschap en de op de lening verschuldigde rente houdt daardoor geen verband met de uitoefening van die onderneming (vgl. HR 26 april 1989, nr. 24 446, BNB 1989/217). De wetgever heeft niet beoogd een aftrek te verlenen voor rente op geldleningen ingeval die generlei functie hebben in het kader van de financiering van de door de betrokken vennootschap gedreven onderneming en de daarover verschuldigde rente niet onderworpen is aan een belasting naar de winst die volgens in Nederland geldende maatstaven als redelijk is aan te merken. Het aanvaarden van een renteaftrek zou dan ook in die situatie in strijd met doel en strekking van de wet zijn."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 30995 tot 32373.