Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.

5.14 Vaste jurisprudentie van het HvJ EG is dat de EG-Lidstaten maatregelen mogen treffen om te verhinderen dat sommige van hun onderdanen zich met een beroep op het gemeenschapsrecht aan hun wetgeving onttrekken,(23) mits daarbij het doel van die bepalingen van gemeenschapsrecht in het oog wordt gehouden.(24) De maatregelen mogen de werking van het gemeenschapsrecht niet frustreren(25) en moeten specifiek tot doel hebben misbruik te bestrijden.(26) Zij mogen dus met name niet het enkele gebruikmaken van de verkeersvrijheden treffen, zoals bijvoorbeeld, in de context van de vestigingsvrijheid, het enkele gebruik maken van (de oprichting van) een buitenlandse vennootschap of andere rechtsvorm of het overdragen van aandelen aan een buitenlandse vennootschap (of, zoals in ons geval: het enkele aangaan van een schuld bij een buitenlandse, al dan niet captive crediteur). U vergelijke HvJ EG 21 november 2002, C-436/00 (X en Y v. Riksskatteverket) V-N 2003/12.5, met conclusie Mischo:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 39368 tot 40372.