Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.

5.16 Uw boven geschetste winstdrainagejurisprudentie is niet gericht tegen geldleningen van buitenslands gevestigde crediteuren, maar tegen renteftrek op kunstmatige intraconcernleningen die geen andere dan aftrekcreƫrende betekenis hebben. Fraus legis vindt dus slechts toepassing in werkelijke en individueel beoordeelde misbruiksituaties, zoals ook uit de aard van het leerstuk te verwachten viel. De afwezigheid van een naar Nederlandse maatstaven redelijke heffing is een criterium voor de beoordeling van de realiteit van de lening; het schept een (begin van) bewijsvermoeden. Indien zij ontbreekt, wordt geenszins blind misbruik aangenomen, maar kan nog steeds van geval tot geval worden getoetst of al dan niet sprake is van belastingverijdeling en van strijd met doel en strekking van de wet, met name of sprake is van een financieringsfunctie, al zal wellicht met betrekking tot de eerste vraag de bewijslast zich zonder compenserende heffing in het nadeel van de belanghebbende bewegen (niet met betrekking tot de tweede vraag, die immers een rechtsvraag is, ter zake waarvan bewijslastverdeling dus niet aan de orde is). Andersom is blijkens uw jurisprudentie de aanwezigheid van een compenserende buitenlandse heffing een safe haven: u acht in dat geval geen strijd met doel en strekking van de wet aanwezig. Dat zulks niet geheel probleemloos is, zal hieronder (6.5 e.v.) blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 43269 tot 44677.