Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.
5.34 Men kan zich er inmiddels over verwonderen dat een misbruiksituatie als de litigieuze, doordat zij (mijns inziens) niet onder het derdelandenvoorbehoud van art. 73C valt, een ruimere bescherming door het EG-Verdrag lijkt te genieten dan een strikt commerciële lening van een derdelandcrediteur die wél onder dat voorbehoud valt. Deze anomalie vervalt echter indien men bedenkt dat de boven besproken jurisprudentie van het HvJ EG reeds de ruimte biedt om misbruik van het kapitaalverkeer (van art. 73B) te bestrijden, zodat art. 73C slechts van belang is voor situaties (i) waarin geen sprake is van misbruik en (ii) waarin mogelijk wél sprake is van misbruik, maar de nationale bestrijdingsmaatregel niet deugt wegens ongeschiktheid of disproportionaliteit. Daarbij komt dat - zoals boven bleek - het voorbehoud van art. 73C eng moet worden geïnterpreteerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 62441 tot 63321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d | shasum -a 256