Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.
6.2 Ik merk op dat de belanghebbende in haar derde middel niet erg duidelijk een beroep op het EG-recht of het EVRM doet, maar eerder op het evenredigheidsbeginsel als ongeschreven algemeen rechtsbeginsel. Het grondwettelijke verbod (art. 120) om wetten in formele zin te toetsen, verhindert een dergelijk beroep op algemene rechtsbeginselen in casu niet, nu het immers niet de formele wet is die getoetst wordt, maar rechtersrecht, nl. uw jurisprudentie inzake de toepassing van het ongeschreven fraus legis leerstuk op winstdrainage door middel van kunstleningen. Anders gezegd: in casu kan het ongeschreven evenredigheidsbeginsel toegepast worden, onafhankelijk van de vraag of dat gebeurt in het kader van een beroep op direct werkend EG-recht, op direct werkende mensenrechten zoals het eigendomsgrondrecht, of op algemene rechtsbeginselen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 67025 tot 67883.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d | shasum -a 256