Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 162 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.
6.5 Dan kom ik nog toe aan de in 5.21 reeds opgeworpen vraag waarom ingeval van misbruik zoals het litigieuze de totale belastingdruk "opgehoogd" zou moeten worden tot het marginale Nederlandse vennootschapsbelastingtarief (35% in 1994), als volgens uw jurisprudentie géén fraus legis - en dus geen "ophoging" - aan de orde is indien de rente bij de buitenlandse crediteur belast zou worden naar een "naar Nederlandse maatstaven redelijk" tarief dat echter lager is dan het Nederlandse. Waarom is ophoging tot het niveau "naar Nederlandse maatstaven redelijk" niet voldoende? Of, desgewenst: als bijvoorbeeld de helft van het Nederlandse niveau nog "redelijk" is, waarom beperken wij dan de renteaftrek niet zodanig dat een Nederlandse heffing van 17,5% resteert (dat komt op hetzelfde neer als de helft van de rente in aftrek toelaten)?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 69825 tot 70678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d | shasum -a 256