Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 209 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.
38 U vergelijke onderdeel 66 van de conclusie van A-G Geelhoed van 20 november 2001 in de zaak Hans Reisch e.a. (HvJ EG 5 maart 2002, gevoegde zaken C-515/99, C-527/99 en C-540/99, Jurispr. I-2157). U zie voorts H. Von der Groeben, J. Thiesing en C-D Ehlermann, Kommentar zum EU-/EG-Vertrag, 5e dr., aant. 7 op art. 73b en J.A. Usher, The Law of Money and Financial Services in the EC, 2e dr., blz. 111-112.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 83861 tot 84281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d | shasum -a 256