Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.

4.1.5. Gezien het in 4.1.4 overwogene is belanghebbende er niet in geslaagd de in 4.1.2 vermelde vermoedens te weerleggen. Derhalve acht het Hof aannemelijk de stelling van de Inspecteur dat het doorslaggevende motief voor het in 4.1.1 bedoelde samenstel van rechtshandelingen belastingverijdeling was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 14194 tot 14509.