Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0739.
5.7 Uit de jurisprudentie van het HvJ EG(11) volgt dat de omstandigheid dat een belanghebbende met bepaalde grensoverschrijdende verrichtingen mogelijk het doel heeft zich op oneigenlijke wijze te onttrekken aan de nationale wetgeving van een lidstaat, niet afdoet aan de toepasselijkheid van de EG-Verdragsvrijheden. De vraag naar mogelijk misbruik staat volgens het Hof los van de vraag of de desbetreffende verdragsvrijheid van toepassing is. Ook potentiële misbruikers hebben dus in beginsel toegang tot de EG-vrijheden.(12) Zij worden er - eventueel - pas weer uitgegooid bij de beoordeling van de vragen of de betrokken Lidstaat voldoende rechtvaardiging heeft voor vrijheidsbelemmerende maatregelen tegen misbruik en of die maatregelen geschikt en evenredig zijn tot bestrijding van het geconstateerde misbruik.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d, en de alinea staat in dat document op bytes 29207 tot 30040.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5b3036682a30f88b817730a9f93a28bd825252c3fa6d88bc3a43f27812c403d | shasum -a 256