Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0753.

4.2. Nu vaststaat dat B de factuur krachtens mandaat heeft opgemaakt en uitgereikt en tevens - kennelijk eveneens krachtens mandaat - de uitspraak op het bezwaar heeft gedaan, is het in artikel 10:3, derde lid Awb neergelegde essentiële voorschrift geschonden en kan de uitspraak op bezwaar niet in stand blijven. Aangezien belanghebbende ter zitting niet heeft afgezien van zijn primaire grief(6) en de ambtenaar - nu hij niet ter zitting is verschenen - zich niet over dit formele punt heeft kunnen uitlaten, is het Hof niet in de positie om de procedure om proceseconomische redenen kort te sluiten en zal het Hof beslissen dat B & W (in de persoon van een andere ambtenaar dan voornoemde B) alsnog uitspraak dient te doen op het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 16 december 1999.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa, en de alinea staat in dat document op bytes 8667 tot 9485.