Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0753.
Dat betoog berust kennelijk, mede gelet op de verwijzing naar de artikelen 3:64 en 7:404 BW, op de opvatting dat bij dat aanwijzingsbesluit B en W het Hoofd volmacht of opdracht hebben verleend om namens hen bepaalde bevoegdheden uit te oefenen. Die opvatting is echter onjuist. Een ambtenaar die op de voet van de eerder vermelde bepalingen van de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken is aangewezen, ontleent zijn bevoegdheden rechtstreeks aan de wet. Het onderdeel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa, en de alinea staat in dat document op bytes 13955 tot 14463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa | shasum -a 256