Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AI0753.
3.2. Er is - zoals het College in cassatie terecht aanvoert - geen sprake van mandaat, maar van attributie. Het College heeft bij besluit, in werking getreden op 1 april 1998, het Hoofd(8) aangewezen als de ambtenaar aan wie de wetgever de bevoegdheden van de inspecteur, zoals neergelegd in de AWR, heeft geattribueerd. Het Hoofd heeft vervolgens de aanslag vastgesteld en ook uitspraak gedaan op het daartegen gerichte bezwaarschrift. Die bevoegdheden zijn hem door de wetgever toegekend (geattribueerd) en niet door het College (gemandateerd). Het enige dat het College moest doen en ook deed, was het aanwijzen van het Hoofd als heffingsambtenaar. Dat heeft niets met mandaat te maken, maar vloeit voort uit de verantwoordelijkheid die het College heeft voor de ambtelijke organisatie van de gemeente.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa, en de alinea staat in dat document op bytes 14805 tot 15624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d413328e865051bd29dd8f53da40fb14a2051dbf5ec1a392efdd8664423f70fa | shasum -a 256