Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL6905.

3.4. Uit hetgeen in 3.3 is overwogen vloeit voort dat de Inspecteur de in 3.1.3 genoemde brief van belanghebbende - het tweede bezwaarschrift - ingevolge artikel 6:15, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht zo spoedig mogelijk aan het Hof had dienen door te zenden, waarna het Hof de brief als beroepschrift in behandeling had dienen te nemen. Het verzuim van de Inspecteur om aan die bepaling te voldoen mag niet ten nadele van belanghebbende strekken. Het Hof had de brief dan ook alsnog als een wel dienovereenkomstig doorgezonden geschrift dienen aan te merken. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. De klachten van belanghebbende behoeven geen behandeling. De uitspraak van de Inspecteur van 9 augustus 1996 moet worden vernietigd en het Hof dient alsnog belanghebbendes brief van 8 april 1994 als een - bij brief van 29 augustus 1996 aangevuld - beroepschrift in behandeling te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c19e01f0f72c337e2465197fb4b8666fe9993e32ff21695fa33634b764598d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c19e01f0f72c337e2465197fb4b8666fe9993e32ff21695fa33634b764598d8, en de alinea staat in dat document op bytes 24693 tot 25612.