Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL6905.
2.14. Zou het putatieve arrest een echt arrest zijn geweest, dan zou ik menen dat de Hoge Raad daarmee was afgedwaald van de weg die hij ons in BNB 1999/15 en BNB 2000/132 heeft gewezen. Die weg is dat een tweede bezwaarschrift (in beginsel) als een beroepschrift moet worden aangemerkt.(7) Met NTFR 2000/1777 lijkt het criterium te worden verplaatst naar de inhoud en de kennelijke strekking van zo'n tweede bezwaarschrift. Dat levert echter onnodige en contra-productieve interpretatieproblemen op en staat bovendien op gespannen voet met het eerste en het tweede lid van art. 6:15 Awb, die dunkt mij ondubbelzinnig zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c19e01f0f72c337e2465197fb4b8666fe9993e32ff21695fa33634b764598d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c19e01f0f72c337e2465197fb4b8666fe9993e32ff21695fa33634b764598d8, en de alinea staat in dat document op bytes 27247 tot 27884.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c19e01f0f72c337e2465197fb4b8666fe9993e32ff21695fa33634b764598d8 | shasum -a 256