Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 april 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL6905.

3.3. (...). Indien een bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde administratieve rechter, en zich niet een van de in artikel 6:15, lid 3, [Awb] genoemde gevallen voordoet waarin het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan bepalend is voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend, voorziet de Wet niet in de gevolgen van een verzuim van het onbevoegde orgaan het geschrift zo spoedig mogelijk door te zenden. Een dergelijk verzuim mag echter niet voor rekening van de indiener van het geschrift komen. Indien het geschrift binnen twee weken wordt doorgezonden, kan nog juist worden gesproken van een zo spoedig mogelijke doorzending. In overeenstemming hiermee moet bij doorzending op een later tijdstip het geschrift geacht worden te zijn ingediend bij het bevoegde orgaan twee weken na binnenkomst bij het onbevoegde orgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c19e01f0f72c337e2465197fb4b8666fe9993e32ff21695fa33634b764598d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c19e01f0f72c337e2465197fb4b8666fe9993e32ff21695fa33634b764598d8, en de alinea staat in dat document op bytes 30281 tot 31205.