Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004
Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7045.
Als gevolg van het voorgestelde artikel 62, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt - indien zowel belasting als premie voor de volksverzekeringen is verschuldigd - vorenbedoelde verhoging eenmaal toegepast op het gezamenlijke bedrag van belasting en premie. In dat geval geldt derhalve een minimumverhoging van ƒ 5 en een maximumverhoging van ƒ 1000. In bepaalde gevallen kan dit betekenen dat een belastingplichtige die met betrekking tot aangiften voor jaren vanaf 1990 hetzelfde verzuim pleegt als daarvóór, een bedrag variërend van ƒ 5 tot ƒ 1000 <<voordeliger uit>> kan zijn. Wij menen dit resultaat te moeten accepteren als uitvloeisel van de gedachtengang dat iemand die één aangifte ten behoeve van één aanslag te laat doet, daarvoor ook maar één keer een verhoging dient te ondergaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45d728bad8294d15b48a22039c093cf6a75091e04b5b9cdf108bc7550d7b1de2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45d728bad8294d15b48a22039c093cf6a75091e04b5b9cdf108bc7550d7b1de2, en de alinea staat in dat document op bytes 59114 tot 59997.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45d728bad8294d15b48a22039c093cf6a75091e04b5b9cdf108bc7550d7b1de2 | shasum -a 256