Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7051.
46) In die omstandigheden zie ik geen houvast voor toerekening, aan Eecen, van het feit dat men onvoldoende "behoedzaam" met de gepresenteerde gegevens is omgegaan. (Ook) hier is het van tweeën een: óf Eecen mocht er (aan de hand van een aan Stratex te verwijten voorstelling van zaken), van uitgaan dat de "uitgesproken verwachtingen waren gebaseerd op de werkelijke resultaten", óf Eecen had in bepaalde aanwijzingen aanleiding moeten vinden om zich op dat punt behoedzamer op te stellen. Ik kan geen gedachtegang bedenken die ertoe kan leiden dat zowel het een als het ander (ook al is dat dan in een verschillende context) voor juist wordt gehouden. Bovendien zou ik die uitkomst, stel dat daar wel een logisch houdbare basis voor te vinden zou zijn, slecht kunnen rijmen met de beschermingsgedachte, die in de al bij herhaling genoemde (in alinea 35 aangehaalde) rechtspraak tot uitdrukking komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6, en de alinea staat in dat document op bytes 54714 tot 55631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6 | shasum -a 256