Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7051.

47) Of de hier besproken middelonderdelen er ook toe strekken dat de in alinea's 18 en 19 hiervóór besproken gegevens in de onderhavige beoordeling worden betrokken, blijkt uit die middelonderdelen niet met zovele woorden; maar het lijkt mij - mede gezien de aansporing aan het begin van het middel, om de onderdelen daarvan in hun onderling verband in aanmerking te nemen - aannemelijk dat dat wel de bedoeling is. Die gegevens dragen, volgens mij, inderdaad (nog een beetje) tot de hiervóór verdedigde beoordeling bij - met dien verstande dat als wat Eecen over die gegevens heeft aangevoerd vast zou komen te staan, de bevindingen van het hof over de toerekening van het aan Eecen verweten gebrek aan behoedzaamheid in versterkte mate als onhoudbaar moeten worden aangemerkt. Dat is dan het geval, zowel omdat die gegevens nader gewicht (zouden) verlenen aan het aan Stratex (c.s.) te maken verwijt, alsook omdat het onvermeld laten van de bedoelde gegevens ertoe zou bijdragen, dat van Eecen niet gevergd kon worden dat die de haar gegeven presentatie met méér behoedzaamheid tegemoet trad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6, en de alinea staat in dat document op bytes 55651 tot 56765.