Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7051.

10) In appel kwam het hof tot wezenlijk andere oordelen. Het college stelde vast dat er aan de kant van Stratex c.s. geen sprake was geweest van het bewust geven van een onjuist beeld; en dat er ook geen schending had plaatsgevonden van de door Eecen ingeroepen garantieclausules. Het hof achtte daarom de vorderingen op de grondslag van onrechtmatige daad of wanprestatie niet toewijsbaar. Het oordeelde vervolgens dat Stratex wèl viel te verwijten dat aan Eecen een onjuist beeld van de situatie van de onderneming (van de Tectomat-vennootschappen) is geschetst, en dat aan Eecen (daarom) wel een beroep toekwam op dwaling; maar dat de in verband daarmee gevorderde schade voor een wezenlijk deel voor rekening van Eecen moest blijven omdat, kort gezegd, Eecen bij de overnametransactie onvoldoende zorgvuldig te werk zou zijn gegaan. Over de reconventionele vordering van Stratex (c.s.), zie het slot van alinea 8 hiervóór, deed het hof geen uitspraak(10). De zaak werd ter verdere beoordeling van Eecen's (schade)vordering op Stratex, naar de rechtbank terugverwezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6, en de alinea staat in dat document op bytes 13476 tot 14563.