Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7051.

32) Met het oog op deze beschouwingen meen ik dat de materiële klacht van subonderdeel 2.6 gegrond is. Het hier bestreden oordeel van het Hof is ofwel rechtens onjuist, omdat het miskent dat wanneer een overeenkomst onder invloed van een veronachtzaamde mededelingsplicht is gesloten, dat de daardoor benadeelde partij ten opzichte van de partij die tekort schoot een aanspraak op redres geeft; én omdat het miskent dat wanneer een verkochte zaak andere eigenschappen heeft dan de koper in verband met van de verkoper (niet) ontvangen mededelingen mocht verwachten, er (behoudens hier niet gestelde en niet gebleken bijzondere omstandigheden) ook daarom een tekortkoming bestaat, waarop de koper een beroep mag doen; en voorzover de beslissing van het Hof op een gedachtegang mocht berusten die wèl met de zojuist als juist aanbevolen rechtsopvatting spoort, is het mij niet gelukt, die gedachtegang te begrijpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc5d13c7398b9eb756bc101f12b6b54f6bedfdd6d967d907ed3de1d465267ca6, en de alinea staat in dat document op bytes 35580 tot 36509.