Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7065.
22. Aangezien [verweerster] op de dagvaarding van 16 september 1999 voor de President is verschenen en haar betwisting van de internationale bevoegdheid van de President niet is voorafgegaan aan elk verweer ten gronde (vgl. HvJ EG 24 juni 1981, zk 150/80, Elefanten Shuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546 nt. JCS.), rijst de vraag of de bevoegdheid van de President gegrondvest kan worden op de bevoegdheidsregel van art. 18 EEX-Verdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971, en de alinea staat in dat document op bytes 20646 tot 21106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971 | shasum -a 256