Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7065.
23. In Van Uden/Deco-Line heeft het Hof van Justitie overwogen dat wanneer - zoals in het onderhavige geval - partijen een uit een overeenkomst voortspruitend geschil rechtsgeldig aan de overheidsrechter hebben onttrokken om het aan het oordeel van een scheidsgerecht te onderwerpen, er geen overheidsrechter is die in de zin van het EEX-Verdrag bevoegd is kennis te nemen van het bodemgeschil. Een partij bij een dergelijke overeenkomst heeft dan niet de mogelijkheid voorlopige of bewarende maatregelen te vorderen bij een overheidsrechter die krachtens het EEX-Verdrag bevoegd zou zijn kennis te nemen van het bodemgeschil. In dat geval kan een overheidsrechter alleen voorlopige of bewarende maatregelen gelasten op grond van artikel 24 EEX-Verdrag (r.o. 24 en 25). Moet hieruit worden afgeleid dat, indien het bodemgeschil voor arbiters moet worden gevoerd, art. 18, evenals art. 2 en 5 e.v. EEX-Verdrag, niet kan dienen om de bevoegdheid van de kortgedingrechter te vestigen en dat het verschijnen van de verweerder zonder (tijdig) de bevoegdheid van de kortgedingrechter te betwisten dus niet voldoende is om bevoegdheid aan te nemen?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971, en de alinea staat in dat document op bytes 21126 tot 22281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971 | shasum -a 256