Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7065.
"dat (...) het feit dat in een summiere procedure, die gericht is op verkrijging van voorlopige of bewarende maatregelen in spoedgevallen en die niet vooruitloopt op het bodemgeschil, de verweerder voor de kortgedingrechter verschijnt, niet volstaat om op grond van artikel 18 Executieverdrag een onbeperkte bevoegdheid van deze rechter aan te nemen tot het gelasten van alle door hem passend geachte voorlopige of bewarende maatregelen, alsof hij krachtens het Executieverdrag bevoegd was van het bodemgeschil kennis te nemen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971, en de alinea staat in dat document op bytes 22496 tot 23037.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971 | shasum -a 256