Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7065.
27. Is, gelet op het vorenstaande, van een voorlopige of bewarende maatregel in de zin van art. 24 EEX-Verdrag sprake, dan mag de rechter, ook indien hij niet bevoegd is kennis te nemen van het bodemgeschil op grond van de artt. 2 en 5 t/m 18 EEX-Verdrag, zijn bevoegdheid ontlenen aan zijn nationale procesrecht, met dien verstande dat de vraag of de rechter bevoegdheid aanneemt met name afhankelijk is van de voorwaarde dat er een reële band bestaat tussen het voorwerp van de gevraagde maatregel en de op territoriale criteria gebaseerde bevoegdheid van de verdragssluitende staat van de aangezochte rechter (Van Uden/Deco-Line, r.o. 39 en 40). Daarbij geldt niet het verbod om de in art. 3 EEX-Verdrag als exorbitant aangemerkte nationale bevoegdheidsregels in te roepen (Van Uden/Deco-Line, r.o. 42). Tot 1 januari 2002, toen in werking trad de Wet van 6 december 2001, Stb. 2001, 580, tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken, waarbij het in art. 3 EEX-Verdrag genoemde art. 126 lid 3 (oud) Rv werd afgeschaft, kon de Nederlandse kortgedingrechter zich derhalve als forum actoris bevoegd achten om een maatregel als bedoeld in art. 24 EEX-Verdrag te treffen, mits aan het reële band-vereiste is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971, en de alinea staat in dat document op bytes 25453 tot 26694.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971 | shasum -a 256