Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7065.
29. Door aldus te overwegen, lijkt het Hof uit het oog te hebben verloren dat de vraag of de gevraagde voorziening kan worden aangemerkt als een voorlopige of bewarende maatregel in de zin van art. 24 EEX-Verdrag een andere is dan de vraag of de rechter op de voet van dat artikel bevoegdheid toekomt. Anders dan het Hof kennelijk heeft gemeend, is voor het antwoord op de eerstbedoelde vraag niet van belang of aan het reële band-vereiste is voldaan, nu dit vereiste op de bevoegdheidsvraag betrekking heeft. En anders dan het Hof kennelijk heeft gemeend is voor de bevoegdheidsvraag niet van belang of is voldaan aan het vereiste dat de gevorderde maatregel betrekking heeft op bepaalde vermogensbestanddelen van de verweerder die zich in de territoriale bevoegdheidssfeer van de aangezochte rechter (zullen) bevinden, nu dit vereiste betrekking heeft op de vraag of de gevraagde voorziening kan worden aangemerkt als een voorlopige of bewarende maatregel in de zin van art. 24 EEX-Verdrag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971, en de alinea staat in dat document op bytes 27281 tot 28287.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971 | shasum -a 256