Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AL7065.

32. Uit dit een en ander volgt dat de President op grond van art. 24 EEX-Verdrag bevoegdheid toekomt om kennis te nemen van de vordering van [eiseressen]. Voor zover de onderdelen 2 en 3 van het middel opkomen tegen het oordeel van het Hof dat de President geen bevoegdheid kon ontlenen aan artikel 24 van het EEX-Verdrag, treffen zij derhalve doel. Dit zo zijnde, behoeven de overige in deze onderdelen opgeworpen klachten geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bce0c621d08aa0b9a4bf10de76cc5e8005fccecc2cdba8f40dc3885d39ebb971, en de alinea staat in dat document op bytes 29814 tot 30268.