Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2004

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AM2341.

1.12 De rechtbank heeft vervolgens een comparitie van partijen gelast. Op de zitting van 11 augustus 2000 heeft de advocaat van [eiser](4) - voor zover thans van belang - aangevoerd dat zijn cliënt nimmer van het beslag op de hoogte is gesteld en dat hij ook geen weet had van een vonnis. De brief van het GUO, waarin overigens niet wordt gesproken over een beslag op zijn uitkering vanwege een nog openstaande vordering van [verweerster], heeft [eiser] nooit bereikt. Volgens zijn advocaat had [eiser] niet in de gaten dat er een beslag op zijn uitkering rustte door de fluctuaties in de hoogte van de maandelijkse uitkering van het GUO. Deze uitkering was namelijk afhankelijk van de hoogte van zijn omzet en diende als aanvulling voor het opzetten van een eigen zaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4de43aba73c9521acb6ebf012a201d632466c76014816b28e5435f01b169fd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4de43aba73c9521acb6ebf012a201d632466c76014816b28e5435f01b169fd7, en de alinea staat in dat document op bytes 8965 tot 9750.